Ontdek het puberbrein!

Bekijk hieronder het webinar:

Op 12 maart 2019 heeft het Fitte Brein een online webinar uitgezonden over het thema ‘Puberbrein’. De hoofdspreker is Jiska Peper, zij is Universitair Docent aan de Universiteit Leiden en gepromoveerd op onderzoek naar impuls controle, hersenontwikkeling en puberteitshormonen. Jiska geeft regelmatig lezingen en workshops over het puberbrein, waarin ze de laatste inzichten uit de wetenschap deelt. Ook vertelt Bastiaan Ragas vanuit zijn ervaringen in zijn gezin en geeft hij tips hoe om te gaan met pubers.

De 10 meest gestelde vragen tijdens het webinar

1. Begint het pubergedrag tegenwoordig vroeger dan 50 jaar geleden?

Er zijn aanwijzingen dat de puberteit door de eeuwen heen is vervroegd, maar niet zo extreem als mensen vaak denken. Eén van de manieren om de verschuiving in kaart te brengen, is door te kijken naar de leeftijd waarop de eerste menstruatie plaatsvindt. Er is een grote daling in leeftijd van 1800 (eerste menstruatie rond 17 jaar) tot 1940 (eerste menstruatie rond 13 jaar). Metingen die in de 20e eeuw zijn gedaan, zijn niet eenduidig: de gemiddelde leeftijd wisselt door de jaren heen. De grote afname van de 19e naar de 20e eeuw heeft waarschijnlijk te maken met betere voeding en gezondheid. Daarna is de gemiddelde leeftijd waarop de menstruatie begint, gestabiliseerd.

2. Kan/moet je de puberteit later nog inhalen als je nauwelijks gepuberd hebt?

De lichamelijke puberteit doorloopt nagenoeg ieder kind. Maar het ‘typische’ gedrag dat hiermee in verband wordt gebracht vertoont lang niet iedereen (niet ieder kind heeft er behoefte aan, en het is ook niet noodzakelijk). Het merendeel doorloopt de puberteit zonder noemenswaardige problemen. Het is normaal als kinderen de grenzen opzoeken, maar het hangt ook van de omgeving, de ouders en van het kind zelf af, hoe ‘soepel’ dit verloopt en hoe dit ervaren wordt.

3. Welke invloed heeft (ongezonde) voeding op het puberbrein?

Van iedere hap eten die we doorslikken, gat maar liefst 20% van de binnen gekregen energie naar onze hersenen. Voeding heeft dus een grote invloed op de gezondheid van de hersenen. Over het algemeen geldt dat een gezond eetpatroon, met voldoende omega-3-vetzuren, vitaminen en mineralen, voor een goede en snelle communicatie tussen zenuwcellen zorgt. Wanneer je te weinig van deze stoffen binnenkrijgt, kan dit leiden tot cognitieve problemen (zoals vergeetachtigheid of een verminderde concentratie). Omdat de hersenen van pubers nog volop in ontwikkeling zijn, is het voor hen extra belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.

4. Wat is het effect van alcohol op het puberbrein?

Alcohol heeft een dempende werking op het brein. Het remt de activiteit in bepaalde hersengebieden, waardoor er veranderingen optreden in stemming en gedrag. Pubers reageren anders op alcohol dan volwassenen, omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn.

Tijdens de adolescentie ben je gevoeliger voor dopamine, waardoor pubers zich extra goed voelen na het drinken van alcohol. Door het positieve gevoel dat alcohol geeft, blijven pubers drinken. Vanwege de gevoeligheid van het beloningssysteem in de hersenen, is het risico op alcoholverslaving bij pubers groter.

Op de korte termijn heeft alcohol invloed op verschillende hersenfuncties. In eerste instantie geeft alcohol een ontspannen gevoel en neemt het remmingen in gedrag weg. Vervolgens kan de werking van de hippocampus worden belemmerd, die betrokken is bij het geheugen. Als gevolg hiervan kan een black-out ontstaan. Daarnaast kunnen ook de gebieden worden aangetast die de motoriek aansturen. Uiteindelijk durf je steeds meer, maar kun je steeds minder en nemen de risico’s op ongelukken toe. Bij toenemende hoeveelheden alcohol wordt op een gegeven moment het functioneren van de hersenstam verstoord, die de vitale functies reguleert. Als dit hersengebied wordt geremd, kun je onderkoeld, bewusteloos of zelfs in coma raken. Er is dan sprake van een alcoholvergiftiging. Het kan zelfs zo ver komen dat de ademhaling en het hart ermee stoppen en je dus overlijdt.

Ook op de lange termijn richt alcohol schade aan in de hersenen. Een aantal hersengebieden laten een verminderde hoeveelheid grijze stof zien. Dit komt voornamelijk doordat alcohol de aanmaak van nieuwe neuronen remt.

  1. Hoe maak je onderscheid tussen negatieve gevoelens van een puber en depressie? Hoe ga je hiermee om?

Elke puber ervaart wel eens negatieve gevoelens. De puberteit is immers een onrustige periode die veel stress met zich mee kan brengen. Bij sommigen blijft de sombere stemming hangen en is er sprake van een depressie. Pubers met een depressie hebben nergens meer zin in en voelen zich somber of leeg. Ook een veranderde eetlust en slaapproblemen zijn symptomen van een depressie. Omdat juist de hersengebieden die betrokken zijn bij depressie zich bij pubers nog ontwikkelen, komt depressie vaak in de adolescentie tot uiting. Wanneer u als ouder het idee heeft dat uw kind last heeft van een depressie, is het belangrijk om bij de huisarts langs te gaan. Op tijd hulp zoeken, de depressie behandelen met therapie en eventueel medicatie kunnen herhaling voorkomen.

6. Hoe ontwikkelt het brein van pubers met autisme?

De resultaten van verschillende onderzoeken op dit gebied zijn niet eenduidig. Soms wordt er gevonden dat bepaalde hersennetwerken minder goed verbonden zijn (die te maken hebben met taal en sociale interactie), terwijl andere netwerken juist weer sterker verbonden zijn (die te maken hebben met aandacht). Dit zou afhangen van naar welk subtype binnen de autisme spectrum stoornissen wordt gekeken (autisme is een verzamelnaam is voor gedragskenmerken die duiden op dan wel een kwetsbaarheid op sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van informatie). Hoe de hersenontwikkeling verloopt, hangt dus mogelijk samen met welke kwetsbaarheden er tot uiting komen.

7. Hoe ontwikkelt het brein van pubers met ADHD?

Binnen het ADHD spectrum zijn wederom subtypes te onderscheiden. Het hyperactieve, impulsieve subtype wordt vaak in de kindertijd gediagnosticeerd, terwijl het subtype met aandachtsproblemen vaak duidelijker te herkennen is vanaf de puberteit. Een deel van de kinderen met ADHD kan ‘genezen’, terwijl er ook een deel is dat het hele leven ADHD houdt (persisteert). Er zijn studies die kleine verschillen zien in de hersenen tussen kinderen met en zonder ADHD (in gebieden die te maken hebben met gedragsregulatie en beloningen), echter de verschillen zijn erg klein. Onderzoekers zijn er nog niet achter of de ontwikkeling van de hersenen kan voorspellen wie geneest en wie persisteert, want grote studies waarin deze patiënten worden gevolgd op de lange termijn ontbreken.

8. Is het alleen het licht van een mobiel dat verstorend werkt voor de slaap of is het ook de hersenactiviteit bij bijvoorbeeld gaming? Hoe zorg ik ervoor dat mijn puber ’s avonds geen schermen meer gebruikt?

Niet alleen het licht van een beeldscherm werkt verstorend voor de slaap. Het beeldschermgebruik zorgt ook voor een verhoogde alertheid. Daardoor kan je moeilijker in slaap komen. Als ouder kunt u, samen met uw puber, regels opstellen voor het gebruik van beeldschermen in de avonduren. Bijvoorbeeld: Geen beeldschermen mee naar de slaapkamer. Ook al kan pubergedrag behoorlijk grillig zijn, pubers vinden het doorgaans meer dan gewoon dat ouders regels hebben. Kernwoorden hierin zijn duidelijke communicatie, begrip, aandacht en positieve feedback.

9. Hoe zou het onderwijs de effecten van beloning op het puberbrein kunnen inzetten?

Het vereist een andere manier van denken en doen, door ongewenst gedrag niet te straffen, maar gewenst gedrag juist te belonen. Door te erkennen dat het puberbrein nog erg gevoelig is voor beloningen (op de korte termijn), kan dit al heel makkelijk worden ingezet door complimenten te geven. Probeer ook niet alleen het resultaat te belonen, maar ook het proces ernaar toe (erkennen dat er hard aan gewerkt is bijvoorbeeld). Tieners zijn ook gevoelig voor autonomie, dus om dit gevoel te vergroten kan men de leerlingen ook zelf laten nadenken over een passende beloning.

10. Hoe help ik een puber bij het maken van een planning?

Pubers kunnen over het algemeen nog niet goed plannen. De hersenverbindingen die die deze complexe vaardigheid aansturen, ontwikkelen gemiddeld nog door tot 25 jaar. Het is belangrijk om als ouder hulp hierbij te bieden. Stel samen met de tiener de planning op, maar laat ze er zelf goed over nadenken: is het realistisch? Wat zijn de consequenties in het geval ze zich wel of niet aan de planning houden? Het kan voor een tiener ook motiverend zijn om te horen over uw planningsvaardigheden als tiener.